HALLO1 Natte teelten voor waterkwaliteitsbeheer lege velden

Aanleiding van het project

Op veel plekken in Nederland is het een hele uitdaging om KRW doelen voor waterkwaliteit te halen. De oorzaak hiervoor ligt voor een groot deel in de relatief hoge nutriëntenbelasting op het watersysteem, met name vanuit de landbouw en RWZI’s. Natte teelten, zoals de teelt van lisdodde of riet, kunnen, als ‘constructed wetland’ een bijdrage leveren aan het verminderen van deze belasting. In het wetland worden nutriënten omgezet in biomassa, waardoor deze uit het water worden verwijderd . Als deze biomassa wordt geoogst kan ze een bijdrage leveren aan de opbouw van een circulaire economie, indien economisch waardevolle biomassa geteeld kan worden. Een alternatief is om de biomassa als compost of veevoer terug te brengen in de agrarische bedrijfsvoering, waardoor de nutriëntenkringloop in het bedrijf wordt versterkt.
Ten aanzien van het voldoen aan de KRW-normen zijn met name de nutriëntengehalten in de boezem relevant, aangezien alleen de grotere wateren zijn opgenomen in de KRW. Poldergemalen fungeren hierbij als puntbronnen, aangezien deze de nutriënten uit het achterliggende poldergebied uitslaan op de boezem. In dit poldergebied kent de nutriëntentoevoer naar het oppervlaktewater puntbronnen, zoals boerenerven en RWZI’s, en diffuse toevoer vanuit landbouwgronden. Voor zowel puntbronnen als diffuse bronnen lijken natte teelten voor zuivering toepasbaar, maar de inrichting van dergelijke wetlands zal moeten worden afgestemd op de plaats in het landschap, de te verwachten nutriëntenbelasting en het omringend landgebruik. Het in beeld brengen van de potentie voorwaterkwaliteitsverbetering van verschillende inrichtingsvarianten voor verschillende plaatsen in het landschap, vormt een belangrijke stap in het kwantificeren van de bijdrage aan realisatie van KRW-doelen. Deze kwantificering is van belang voor een adequate planvorming door het waterschap, maar kan ook de opmaat vormen tot vergoeding van de eigenaar voor deze ‘blauwe dienst’. In de mees

Doel van het project

Doel van dit project is om de technische, beleidsmatige en economische aspecten van de van de toepassing van natte teelten voor waterkwaliteitsbeheer te duiden. Deze verkenning dient als opstap naar een of meerder vervolgproject(en).
Daarbij staan de volgende vragen staan centraal:
1. Welke concentraties en vrachten nutriënten komen vrij, en hoe variëren deze in de tijd, bij:
a. boerenerven, en hoe varieert dit in de provincie?
b. landbouwpercelen, en hoe varieert dit in de provincie?
c. landbouwpolders / waterbeheersingseenheden?
2. Welke mate van waterkwaliteitsverbetering zijn realistisch en te verwachten?
a. Hoe wordt dit beïnvloed door inrichting en beheer?
b. Hoe verschilt dit in de tijd?
c. Hoe verschilt dit tussen de gewassen die in aanmerking komen voor natte teelten?
3. Welke opbrengst van grondstoffen voor de circulaire economie is haalbaar, en hoe varieert dit tussen de gewassen die in aanmerking komen voor natte teelten?
4. Welke kansen en beperkingen zien boeren voor inpassing van zuivering en teelt in hun bedrijfsvoering? Van welke factoren zijn de kansen en beperkingen afhankelijk? Hoe kunnen locatieselectie, ontwerp en gewaskeuze de kansen vergroten?
5. Welke gunstige en ongunstige effecten kunnen natte teelten hebben voor het behoud van biodiversiteit, en hoe varieert dit tussen de gewassen en met de keuze van locaties?
6. Wat zijn kansrijke inrichtingsvarianten per zuiveringslocatie (erven, poldersloten, gemalen) ?
7. Hoe kan koppeling met waterbergingscapaciteit worden gerealiseerd?

Omschrijving van de activiteiten

Voor dit verkennende onderzoek dient de regio NO-Fryslân als onderzoeksgebied.
Ten eerste worden watervolumes en vrachten van nutriënten ingeschat op basis van bestaande studies, eventueel aangevuld met nieuwe informatie van Wetterskip Fryslân of andere partijen. Dit zal als invoer gebruikt worden voor een op te stellen eenvoudig model van waterkwaliteitsverbetering op basis van water- en massabalansen. De modelparameters worden gekozen op basis van bestaande literatuuroverzichten, en zal ten minste de invloed van seizoenvariatie, belasting met nutriënten, verblijftijd en gewaskeuze bevatten. Indien de literatuurstudie hiertoe aanleiding geeft, zullen andere stuurvariabelen worden opgenomen. Dit geeft antwoord op vraag 1 en 2 (sectie ‘doel van het project).
Voor de beantwoording van vraag 3 (zie ‘doel van het project’) zullen we putten uit ervaringen uit Better Wetter (www.betterwetter.nl) en diverse andere projecten waarin VHL participeert zoals Carbon Connects (https://www.nweurope.eu/projects/project-search/cconnects-carbon-connects) en literatuur. Aangezien de meeste verwaardingsketens van natte teelten nog in ontwikkeling zijn, zullen we de nadruk leggen op de biomassaproductie en toepassingen hiervan.
Uit het voorgaande volgen enkele opties voor inrichting met een bijbehorende opbrengst van biomassa. Dit zullen we uitwerken in schetsen, zodat de ideeën worden gevisualiseerd. Deze schetsen zullen we in een workshop voorleggen aan boeren en/of hun vertegenwoordigers. De informatie die daarbij wordt verkregen wordt ter plekke verwerkt in inrichtingsschetsen. Het resultaat van deze ontwerpsessies bestaat uit één of twee inrichtingen per zuiveringslocatie: dit zijn de inrichtingsvarianten.
De inschatting van de effecten op biodiversiteit zal op hoofdlijnen gebeuren, aangezien de kennis over de geschiktheid van natte teelten voor diverse soortgroepen is nog zeer beperkt is. Per gewas zullen we inschatten wat de effecten van oogst en waterbeheer k

Verwachte resultaten

De resultaten van het project:
1. Eenvoudig model voor berekenen van zuiveringsrendementen, bergingscapaciteit en biomassaopbrengst;
2. Rapport met de uiteindelijke inrichtingsvarianten, incl. ontwerpgrondslagen, een beschrijving van het bijbehorende beheer, te verwachten zuiveringsrendement en biomassa opbrengst;
3. Van iedere inrichtingsvariant zal tevens een overzicht (een flyer) worden opgesteld op één A4.

Deze producten zullen worden opgeleverd als .pdf-bestand.

Innovativiteit

De vernieuwende aspecten van dit project bestaan uit de koppeling van het bestaande concept van zuiveringsmoerassen met dat van natte teelt, waardoor nutriënten die in de huidige situatie uit het agrarisch bedrijf ‘weglekken’ worden ingevangen en benut. Zo wordt milieudruk omgezet in benutting en inkomsten.
Het onderzoek is een eerste belangrijke stap in het combineren van watermanagement met gewasteelt. Het beoogt een maatschappelijk probleem (vermesting van oppervlaktewater) te verminderen door koppeling van verschillende kennisvelden (natuurlijke waterzuivering en productie van natte teelten, zg. paludicultuur). Deze koppeling van functies wordt gecombineerd met de praktische inpasbaarheid in het landschap.

Valorisatie

Dit project is de eerste stap in de ontwikkeling van concepten waarmee de verbetering van waterkwaliteit wordt gekoppeld aan gewasproductie, en waarmee tevens biodiversiteit en waterbergings- en retentiecapaciteit wordt gestimuleerd. De kennis die in dit project wordt gegenereerd draagt bij aan de ontwikkeling ‘blauwe diensten’: nieuwe vormen van waterbeheer waarbij agrariërs en grondeigenaren een belangrijke bijdrage leveren aan het verbeteren van het beheer van waterkwaliteit en –kwantiteit. Dit project beoogt een maatschappelijk probleem (vermesting van oppervlaktewater) te verminderen door koppeling van twee kennisvelden: (a) natuurlijke waterzuivering en (b) natte teelten / paludicultuur). De inzet van natte teelten voor waterkwaliteitsbeheer combineert duurzaam waterbeheer met rendabel grondgebruik. Het project draagt bij aan het volwassen maken van klimaatadaptieve, schone en natuur-inclusieve landbouw.

Link naar projectresultaten…